Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

145. Paula Thies
146. Elli Slegten
147. Bep van Beek
148. Jan Homan
149. Annica Koot
150. Paul Hugo ten Hoopen
151. Gert Hendriksen
152. Dick Haakman
153. Jan van Kempen
154. Jetty Homan
155. W. Hüliam
156. Max Rädecker


'Buiging', ca. 1988,
Brons (unicum), hoogte 33 cm,
Niet gesigneerd
Jetty Homan (1912-1996)

Jetty Homan is als Henriëtte van Beek in Alkmaar geboren en is achtereenvolgens balletdanseres, filmactrice en beeldhouwster. Als kind gaat ze op balletles, waar haar talent snel opvalt. Ze volgt lessen in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Berlijn en danst vanaf 1930 rollen als prima ballerina op internationale podia.

Begin jaren dertig wordt onder regie van Gerard Rutten de film 'Dood water', over de Zuiderzee, opgenomen. Jetty Homan speelt (onder de naam Helga Gogh) de hoofdrol met Theo Maas als tegenspeler. Na een prijswinnende voorpremière op de Biënale in Venetië, vindt in oktober 1934 de galapremière plaats in Den Haag. Regisseur Henk Kleinman nodigt haar daarop uit voor een hoofdrol in de film 'Hollands Jeugd' met Max Croiset als tegenspeler. Wegens gebrek aan financiën wordt de film niet afgemaakt.

In 1939 begint Jetty Homan met solo-optredens als danseres, waarvoor ze zelf de choreografie schrijft en start in Rotterdam haar eigen dansschool. Als ze tijdens het bombardement in 1940 haar school en haar bezittingen kwijtraakt gaat ze bij haar ouders in Hoorn wonen. Daar leert ze de kunstschilder Jan Homan (zie nummer 148) kennen, met wie ze de rest van haar leven deelt. In 1948 vertrekken beiden, intussen met twee kinderen, naar Staphorst, waar ze bij de schilderes Stien Eelsingh gaan inwonen. Jetty is gestopt als danseres, maar blijft balletles geven. Het gezin verhuist in 1950 naar Laag Keppel en later naar Doesburg.

Gestimuleerd door haar man gaat ze vanaf 1953 beeldhouwen, eerst begeleid door Wessel Couzijn. Haar hobby groeit uit tot een professie, waarbij kenners haar bronzen sculpturen vergelijken met haar dansoptredens. In 1984 verwoordt Maarten Beks het in Kunstbeeld zo: "Dansen is beeldhouwkunst in de performance-fase. Dat een danseres, na zestien jaar lang zichzelf te hebben gemodelleerd en geëxposeerd, ertoe kan komen plastische vormen buiten zichzelf te zoeken is bijna even voor de handliggend als de stap van dans naar choreografie of van acteren naar regisseren."

Volgens de introductie bij een expositie in 1990 zijn 'de organische vormen, haar figuren op stengelachtige poten en de ritmiek, die ze haar figuren meegeeft' karakteristiek voor haar werk. 'Het zijn stuk voor stuk cire's perdu, dus eenmalige afgietsels van eenmalige emoties'. Samen met haar man heeft ze veel geëxposeerd in Denemarken (jaarlijks tussen 1964 en 1973 bij een vaste galerie), Duitsland, Zweden, Spanje en in Nederland, onder meer in museum Henriëtte Polak in Zutphen.